ik

ik
ik1{{/term}}
〈het〉
self; 〈psychologie〉 ego
voorbeelden:
1   iemands betere ik someone's better self
     een beroep doen op iemands betere ik appeal to someone's finer feelings
     zijn eigen ik one's own self
     m'n tweede ik my other self
————————
ik2{{/term}}
〈persoonlijk voornaamwoord〉
I
voorbeelden:
1   arme ik poor me
     ik ben er ook nog! don't forget me!
     ik ben het it's me
     als ik er niet geweest was if it hadn't been for me …
     wie, ik? who, me?
     ik zelf (I) myself
     ik voor mij I for one
     ze is beter dan ik she's better than I am
     〈informeel〉 ikke, ikke en de rest kan stikken it's always me, me, me

Van Dale Handwoordenboek Nederlands-Engels. 2015.

Игры ⚽ Нужно сделать НИР?

Share the article and excerpts

Direct link
Do a right-click on the link above
and select “Copy Link”